Veel nodeloze meldingen en alarmeringen

Jaarlijks wordt de brandweer in Drenthe geconfronteerd met een veelheid aan ongewenste alarmeringen voor automatische brandmeldingen via het openbaar meldsysteem (OMS). Na ontvangst alarmeert Meldkamer Noord-Nederland veelal de brandweer, terwijl de melding achteraf gezien bijna altijd loos blijkt te zijn. Slechts enkele van de jaarlijks bijna 2000 binnenkomende automatische brandmeldingen vanuit gebouwen in Drenthe vragen daadwerkelijk om brandweerinzet.

Wanneer dit grote aantal loze brandmeldingen kan worden teruggedrongen, kunnen veel onnodige kosten worden bespaard, worden niet noodzakelijke verkeersbewegingen door de uitrukkende brandweer verminderd en kan onrust bij de gebouwgebruiker worden voorkomen. Andere argumenten voor het terugdringen van loze meldingen zijn het niet nodeloos van hun werk onttrekken van brandweervrijwilligers en het vergroten van de inzetbaarheid van brandweer voor echte incidenten.


Gegroeide vanzelfsprekendheid dat de meldkamer belt en de brandweer komt

Met name de gegroeide vanzelfsprekendheid dat de meldkamer te allen tijde handelt  op een binnengekomen automatische brandmelding, is de oorzaak van de problematiek. In de huidige situatie neemt Meldkamer Noord-Nederland zelf het initiatief om de betreffende gebouwgebruiker te bellen om een brandmelding te verifiëren. Als er binnen een minuut na ontvangst van de brandmelding geen contact is tussen de gebouwgebruiker en de meldkamer, wordt de brandweer gealarmeerd. Datzelfde gebeurt, wanneer er anderszins informatie binnenkomt waaruit blijkt wat er daadwerkelijk aan de hand is. Wettelijk gezien is er echter geen enkele grond voor de meldkamer om de taak van het verifiëren van de brandmelding op zich te nemen, noch dat de brandweer uitrukt om dat te doen. 


Verifiëren is verantwoordelijkheid van de gebouwgebruiker

Anders dan vaak wordt gedacht, is de verificatie van een interne (OMS-)melding niet de verantwoordelijkheid van de meldkamer of de brandweer, maar de verantwoordelijkheid van de gebouwgebruiker. De gebouwgebruiker zal passende maatregelen moeten treffen om verificatie van de brandmelding mogelijk te maken. De actuele praktijk leert dat de meeste gebouwgebruikers zich bij een brandmelding veelal instellen op de komst van de brandweer en lang niet altijd voldoende zijn voorbereid op het zelf zorgdragen voor verificatie van een melding. Er lijkt, door het inslijten ervan gedurende enkele decennia, een gewoonterecht te zijn ontstaan op de huidige werkwijze. 


Er gaan dingen veranderen

Om het grote aantal loze brandmeldingen en brandweer uitrukken terug te dringen, zullen veranderingen nodig zijn. Veranderingen ten opzichte van de huidige werkwijze, waarbij de belangrijkste is dat de brandweer op enig moment in de toekomst alleen nog uitrukt op geverifieerde brandmeldingen! Dit houdt ook in dat Meldkamer Noord-Nederland bij de beoordeling van een automatische brandmelding zal toetsen of deze geverifieerd is en verificatie als norm zal gebruiken om al dan geen brandweer te alarmeren. Voor een gebouwgebruiker die via het OMS doormeldt naar Meldkamer Noord-Nederland, betekent dit dus dat het vanaf een nader af te spreken datum niet langer zo zal zijn dat Meldkamer Noord-Nederland na een binnengekomen brandmelding contact zoekt om de melding te verifiëren. De gebouwgebruiker wordt geacht om een interne brandmelding die wordt gedetecteerd door de brandmeldinstallatie, zelf te gaan verifiëren of om op een andere wijze zorg te dragen voor spoedige verificatie. 


Vormgeven aan verificatie van interne brandmeldingen

De verificatie van een brandmelding kan zowel organisatorisch als technisch worden uitgevoerd. Hierbij is organisatorische verificatie afhankelijk van menselijk handelen, terwijl technische verificatie dat niet is. Technische verificatie verloopt geheel automatisch waardoor deze aantoonbaar minder kwetsbaar is dan de organisatorische manier.

Organisatorische verificatie is mogelijk via:

  1. visuele waarneming: iemand van de organisatie (in de meeste gevallen de BHV) meldt een brand via 112 of handbrandmelder, ná onderzoek of verkenning
  2. het indrukken van een zogeheten drukknopmelder door iemand van de organisatie, ná onderzoek of verkenning

Technische verificatie is mogelijk via:

  1. het gebruik van specifieke detectoren (zoals een multisensor melder)
  2. een technische functie die er voor zorgt dat een interne melding pas wordt doorgemeld naar de meldkamer als minimaal twee detectoren onafhankelijk van elkaar een melding geven

Het branddetectiebedrijf en/ of -installateur kan meer vertellen over de mogelijkheden van technische verificatie van de (huidige) brandmeldinstallatie. Het is zaak voor een gebouwgebruiker om hieraan aandacht te geven bij nieuwbouw of de vervanging van de installatie, indien hij (de overstap naar) technische verificatie overweegt. 


Technische verificatie zorgt voor directe alarmering brandweer

Technische verificatie geeft niet alleen de grootste garantie dat er alléén echte meldingen aan de brandweer worden gemeld, belangrijker is dat de brandweer (direct) wordt gealarmeerd in het geval er daadwerkelijk sprake is van een brand in een gebouw! Technische verificatie draagt bij aan een gevoel van veiligheid en geruststelling voor medewerkers en de andere aanwezigen in een gebouw. Hoewel de gebouwgebruiker vrij is in zijn keuze, lijkt de voorkeur voor technische verificatie boven organisatorische verificatie vanzelfsprekend.


Een overgang op maat

De overgang naar de nieuwe situatie vraagt om een zorgvuldige voorbereiding die voor iedere gebouwgebruiker anders zal zijn. Factoren zoals het soort gebruik, de grootte van de organisatie, de grootte van het gebouw, de mate van aanwezigheid van medewerkers, het beleid van een eventuele grotere organisatie waarvan het gebouw deel uitmaakt zijn hierop van invloed, net als de technische mogelijkheden van de brandmeldinstallatie, de resterende vervangingstermijn van de huidige brandmeldinstallatie en de financiële middelen. Gebouwgebruikers die via het OMS doormelden naar Meldkamer Noord-Nederland, krijgen in 2021 of 2022 bezoek van een deskundig medewerker van de brandweer van Veiligheidsregio Drenthe om hierover in gesprek te gaan. Toegespitst op de unieke situatie van elk gebouw(gebruik) zullen de komende veranderingen worden uiteengezet en toegelicht, om vervolgens te verkennen welke vorm van verificatie daarbij het beste past. De gebouwgebruiker ontvangt handreikingen die hem helpen afwegingen te maken bij het besluiten over de manier van verificatie en de beste manier van voorbereiden op het implementeren daarvan. Met het maken van gezamenlijke afspraken voor wat betreft de termijn waarop deze periode van voorbereiding zal moeten zijn afgerond, houdt Veiligheidsregio Drenthe een vinger aan de pols. De veranderingen zullen ingaan als de betreffende gebouwgebruiker er klaar voor is, waarmee hij kan vertrouwen op een overgang op maat.  


Meer informatie of vragen?

U kunt contact opnemen met Veiligheidsregio Drenthe via oms@vrd.nl

Meer informatie over de veranderingen omtrent verificatie en over het openbaar meldsysteem in Noord-Nederland is te vinden op: www.vrd.nl en op www.omsnoordnederland.nl. Meer informatie over brandveilig een gebouw gebruiken is te vinden op: www.brandweer.nl


Veel gestelde vragen over verificatie van interne automatische brandmeldingen

Wat wordt precies met ‘verificatie’ bedoeld?
Verificatie is onderzoeken, nagaan wat er aan de hand is. In het geval van een interne automatische brandmelding betekent dit dat iemand in het gebouw gaat verkennen wat de melding heeft veroorzaakt. Als er niemand aanwezig is, kan verificatie worden uitgevoerd door een beveiligingsbedrijf of gewaarschuwde sleutelhouder. Dat laatste betekent echter wel dat er veel tijd overheen zal gaan, voordat de melding is geverifieerd.

Hoe handelt de meldkamer momenteel na ontvangst van een automatische melding?
De afgelopen jaren is de algemene procedure dat de meldkamer (Meldkamer Noord-Nederland) na ontvangst van een automatische brandmelding uit een gebouw telefonisch contact zoekt met een door de gebouwgebruiker opgegeven contactpersoon. Idealiter belt de gebouwgebruiker zelf direct met de brandweermeldkamer na de melding. Indien er geen contact is binnen 1 minuut na melding, alarmeert de meldkamer de brandweer om de melding te verifiëren. Indien er wel contact is krijgt de gebouwgebruiker nog 6 minuten gelegenheid om de melding te verifiëren. Indien het binnen die 6 minuten niet duidelijk wordt of er daadwerkelijk brand is die inzet van de brandweer vereist, alarmeert de meldkamer de brandweer.

Wat is organisatorische verificatie?
Organisatorische verificatie gebeurt via verkenning in het gebouw om te onderzoeken wat de brandmelding heeft veroorzaakt. Dit is een taak voor de BHV-organisatie. Na verificatie is het zaak om direct de meldkamer (Meldkamer Noord-Nederland) te bellen als er daadwerkelijk brand is. Ook kan een handbrandmelder worden ingedrukt, zodat een geverifieerde (namelijk dubbele) melding ontstaat. Ook dan zal de meldkamer direct de brandweer alarmeren.

Zolang de meldkamer het nieuwe beleid nog niet toepast, zal de meldkamer na ontvangst van een automatische brandmelding trachten contact te leggen met de gebouwgebruiker. De gebouwgebruiker wordt verzocht om, ook als er geen sprake is van brand, de meldkamer tevens zelf te bellen na een automatisch doorgestuurde brandmelding.

Wat is technische verificatie?
Technische verificatie betekent dat de melding via de techniek wordt herkend als zeer waarschijnlijk een echte brand. Bijvoorbeeld het gebruik van specifieke detectoren zoals een multi-sensormelder of een technische functie dat een interne melding pas wordt doorgemeld naar de meldkamer (Meldkamer Noord-Nederland) als minimaal twee detectoren onafhankelijk van elkaar een melding geven.

Hoe weet ik of ik technische verificatie kan toepassen?
Of u met de huidige brandmeldinstallatie technische verificatie kunt toepassen kunt u het beste nagaan bij uw branddetectiebedrijf of installateur.

In welke situaties heeft technische verificatie de voorkeur?
In principe heeft technische verificatie altijd de voorkeur boven organisatorische verificatie. Dit is, omdat technische verificatie leidt tot betrouwbare geverifieerde meldingen en omdat de brandweer direct wordt gealarmeerd. Indien in een gebouw altijd medewerkers aanwezig zijn, kan organisatorische verificatie worden overwogen. Deze vorm van verificatie is echter afhankelijk van menselijk handelen en daarmee kwetsbaar. Bovendien kan een vertragingstijd ingesteld zijn, duurt het langer voordat een melding door verkenning onderzocht is en daarmee ook langer voordat de brandweer wordt gealarmeerd na een interne melding van een (echte) brand.

NB: Bij organisatorische verificatie zal een automatische brandmelding van alleen een rookmelder of een handbrandmelder in de toekomst niet resulteren in alarmering van de brandweer, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van een geverifieerde melding. Als na activering van een rookmelder een handbrandmelder is ingedrukt, zal de meldkamer (Meldkamer Noord-Nederland) de melding als ‘geverifieerd’ beschouwen en direct de brandweer alarmeren. Het advies is om in dat geval geen vertragingstijd te hanteren en de brandmeldinstallatie daarop in te (laten) stellen.

Hoe verhoudt een vertragingstijd voor de automatische doormelding zich tot verificatie in de situatie dat de brandweer alleen nog maar uitrukt voor geverifieerde meldingen?
Bij het toepassen van technische verificatie zal een ingestelde vertragingstijd de doormelding onnodig vertragen. Het advies is dan ook om in dat geval de vertragingstijd uit de brandmeldinstallatie te halen.  Indien wordt gekozen voor het toepassen van organisatorische verificatie, zal een ingestelde vertragingstijd voor een latere doormelding naar de brandweermeldkamer (Meldkamer Noord-Nederland) zorgen. Mogelijk kan dat een ongewenste melding op de brandweermeldkamer voorkomen, ook al zal de meldkamer geen actie nemen.

Wat mag er verwacht worden van een bezoek van een deskundig VRD-medewerker en wanneer gaat dat plaatsvinden?
Afhankelijk van de maatregelen rondom Corona is het de bedoeling dat gebouwgebruikers die via het OMS automatisch doormelden naar Meldkamer Noord-Nederland in 2021 of 2022 bezoek krijgen van één van onze medewerkers, om over de aanstaande veranderingen in gesprek te gaan. Toegespitst op de unieke situatie van elk gebouw(gebruik) zullen de aankomende veranderingen worden uiteengezet en toegelicht, om vervolgens samen te verkennen welke vorm van verificatie daarbij het beste past. De gebouwgebruiker ontvangt handreikingen die helpen afwegingen te maken bij het besluiten over de manier van verificatie en de beste manier van voorbereiden op het implementeren daarvan. Met het maken van gezamenlijke afspraken voor wat betreft de termijn waarop deze periode van voorbereiding zal moeten zijn afgerond, houdt Veiligheidsregio Drenthe een vinger aan de pols.

Vanaf welk moment komt de brandweer alleen nog als de melding geverifieerd is?
Het is niet in algemene zin te zeggen vanaf wanneer de brandweer alleen nog maar uitrukt als de melding geverifieerd is. De overgang naar de nieuwe situatie vraagt om een zorgvuldige voorbereiding die voor iedere gebouwgebruiker anders zal zijn. Van invloed zijn factoren zoals het soort gebruik, de grootte van de organisatie, de grootte van het gebouw, de mate van aanwezigheid van medewerkers, het beleid van een eventuele grotere organisatie waarvan het gebouw deel uitmaakt, de technische mogelijkheden van de brandmeldinstallatie, de resterende vervangtermijn van de huidige brandmeldinstallatie en de financiële middelen. Over de termijn waarop de periode van voorbereiding zal moeten zijn afgerond worden afspraken gemaakt tijdens het overleg met Veiligheidsregio Drenthe. De veranderingen gaan pas in als de gebouwgebruiker daar klaar voor is. 

Wordt alleen nog uitrukken op geverifieerde meldingen ook elders in Nederland ingevoerd?

Ja. Hierover hebben de veiligheidsregio’s in het land gezamenlijke afspraken gemaakt. Hoe en wanneer de brandweer alleen nog komt na verificatie, wordt regionaal bepaald. De ene regio zal voortvarender te werk gaan om het nieuwe beleid in te voeren dan de andere. Ook kunnen er regio’s zijn die eerst een vorm van overgangsbeleid invoeren.